In het kader van duurzaamheid, energietransitie, vergroening en maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) komen er veelvuldig fiscale vragen voorbij ten aanzien van de (on)mogelijkheden van vervoer en mobiliteit.

Wij zien dat steeds meer werkgever hun medewerkers een flexibele combinatie van vervoersmogelijkheden aanbieden, al dan niet op basis van een Cao. Te denken valt aan (een combinatie) dienst- en poolauto’s, openbaar vervoer, gebruik van P&R-terreinen, de (elektrische, OV of ‘reguliere’) fiets en persoonsgebonden mobiliteitsbudgetten. In het licht van de eerder genoemde ontwikkelingen, zien wij een verschuiving van de auto naar het openbaar vervoer en de (elektrische) fiets.

Voor de verschillende (combinaties van) vervoersmiddelen kunnen verschillende fiscale regels gelden. Van iedere afzonderlijke wijze van vervoer zullen de fiscale aspecten beoordeeld moeten worden, mede in het licht van de verschillende soorten reizen die (fiscaal) mogelijk zijn: zakelijk (woon-werk en dienstreizen) en privé.

Zo kan er bijvoorbeeld sprake zijn van een gerichte vrijstelling van € 0,19 per zakelijke kilometer, een nihil waardering of gerichte vrijstelling voor een OV abonnement, een fiscale bijtelling op het loon voor privégebruik, een belaste vergoeding van meer dan € 0,19 of een netto eigen bijdrage voor privégebruik.

Andere aspecten die fiscaal relevant (kunnen) zijn, zijn bijvoorbeeld uw reisregeling(en), (auto)protocol, interne gedragdsregels en de methodiek die u heeft ingericht om in de praktijk overzicht en toezicht te kunnen houden op het gebruik van de vervoersmiddelen.

In de praktijk nemen wij regelmatig deel aan projectgroepen op het gebied van mobiliteit en geven wij adviezen met betrekking tot de fiscale gevolgen van (de combinatie van) vervoersmogelijkheden. Wij helpen ook u graag.

Actueel